Intergemeentelijke Werkgroep Bouwfysica    Rekenhulpjes Printervriendelijke versie

Indienen EPC-berekening

dS+V logo Auteur: Ruud van Schie
dS+V Gemeente Rotterdam, afd. Bouwtoezicht, Bouwfysica
Datum: 9 december 2002

Inleiding

Over het wanneer wel en wanneer niet indienen van een EPC-berekening worden nogal eens vragen gesteld. Vandaar dit hulpmiddel.

In december 1995 zijn de EPC-eisen van kracht geworden. In de tussentijd zijn de eisen en rekenmethodes voor woningen en voor utiliteitsgebouwen een aantal keer gewijzigd. Recent is de berekeningsmethode (NEN) en het rekenprogramma (NPR) aangepast. Per januari 2003 wijzigt de eis voor utiliteitsgebouwen.

Door het CTB (coördinatie team bouwbesluit, van het Bouwtoezicht Rotterdam) wordt een richtlijn aangehouden. Bij deze richtlijn hoort ook een digitaal hulpje. Het hulpje vindt u hier op de IWB-site.

Hoewel deze richtlijn en het bijbehorende hulpje alleen in Rotterdam gehanteerd worden, hebben we dit toch op onze site gezet, zodat ook andere gemeenten er hun voordeel mee kunnen doen.
Uiteraard kunnen aan deze richtlijn geen rechten worden ontleend.

Richtlijn

Als een berekening nodig is, moet deze altijd bij de indiening van het plan aanwezig zijn. In deze berekening worden namelijk veel verschillende aspecten van het gebouw behandeld. Bij een latere indiening is de kans groot, dat eventuele wijzigingen zeer ingrijpend zijn.

Nieuwbouw

Wordt een nieuw gebouw opgericht, dan is er weinig discussie. Voor elk gebouw met een EPC-eis, dient een EPC-berekening te worden ingediend. Bij de indiening moet altijd zijn aangegeven welke (in het BB genoemde) functies in het gebouw aanwezig zijn.

Bestaand gebouw: verbouwing, renovatie

De EPC-berekening is ingevoerd als prestatie-eis. Op deze manier kan de energiezuinigheid worden bevorderd, zonder de keuzevrijheid in het ontwerp volledig weg te nemen. De keuzevrijheid zou bijvoorbeeld zijn beperkt als zou zijn voorgeschreven dat een gebouw alleen dán energiezuinig is als het een Rc-waarde van ten minste 4 heeft.

Bij een bestaand gebouw ligt een aantal gegevens, die in de EPC-berekening moeten worden ingevoerd, vast. Denk hierbij aan de oriëntatie, de compactheid van het gebouw en bijvoorbeeld het percentage gevelopeningen (glas). Om deze reden kan voor bestaande gebouwen geen zinnige EPC-eis worden gesteld. Er blijven hier te weinig keuzemogelijkheden over om aan de eis te kunnen voldoen.

In de toelichting op het BB2003, artikel 5.14 is aangegeven dat alleen dan een EPC-berekening moet worden ingediend als het nieuwbouw of geheel vernieuwen betreft. Onder geheel vernieuwen wordt dan verstaan: volledige afbraak op de fundamenten na.

Bestaand gebouw: uitbreiding

Is een uitbreiding te beschouwen als zelfstandig gebouw, dan geldt hetzelfde als voor nieuwbouw. Dit is het geval als de uitbreiding een eigen installatie (verwarming of ventilatie) heeft. Ook als een uitbreiding minstens even groot is als het bestaande deel, wordt de uitbreiding behandeld als nieuwbouw.
NB.: De uitbreiding wordt bekeken ten opzichte van de situatie ná eventuele sloop. Dus als een gebouw eerste voor de helft wordt gesloopt en daarna ten minste eenzelfde grootte weer wordt teruggebouwd, is een EPC-berekening noodzakelijk. Ondanks dat de nieuwe situatie maar net iets groter is dan de oude.

Functiewijziging

Bij functiewijziging (bijvoorbeeld van kantoor naar woning) gelden in principe nieuwbouweisen. Het stellen van een EPC-eis echter is gezien de toelichting bij 'Bestaand gebouw: verbouwing, renovatie' niet zinnig.

Los van deze onmogelijkheid om energiezuinigheid te regelen met een EPC-eis, blijft de verplichting (in de geest van het Bouwbesluit) dat besparende maatregelen genomen moeten worden. Het is dus wel nodig een overzicht van deze maatregelen in te dienen. Het gaat dan bijvoorbeeld om verhoogde isolatie (Rc>3,0 m2K/W, HR++ glas), hoogrendement cv-ketels (HR-107), verbeterde luchtdichtheid (dubbele kier,- en naaddichting) maar het kan ook gaan om zonneboilers, warmtepompen, stadsverwarming, e.d.

Oorspronkelijke vergunning met EPC-eis

Is een gebouw ooit gebouwd, terwijl bij vergunningverlening een EPC-eis werd gesteld, dan is de situatie anders. Wijzigingen, waaronder uitbreidingen, mogen dan niet leiden tot een lagere energieprestatie (rechtens verkregen niveau). Om te voorkomen dat voor iedere wijziging een EPC-berekening moet worden ingediend, wordt het volgende aangehouden.

Betreft de verandering een kleine wijziging, dan behoeft geen EPC-berekening te worden ingediend. Wel moet worden aangetoond, dat de thermische kwaliteit (Rc-waarde en glastype) ten minste net zo goed is als van het bestaande deel.
NB.: Kleine wijzigingen zijn bijvoorbeeld het plaatsen van een dakkapel, het aanbouwen van een serre (tot 2,5 m diep) en het beperkt wijzigen van een gevelindeling. Juist dit soort wijzigingen is soms vergunningsvrij mogelijk.

Zijn de wijzigingen ingrijpender, dan moet een EPC-berekening worden ingediend. Deze berekening moet dan het gehele gebouw betreffen. Er moeten twee berekeningen worden ingediend; van de huidige situatie (ter bepaling van het rechtens verkregen niveau) en van de toekomstige situatie. Beide berekeningen volgens de meest recente norm. De nieuwe situatie mag dan niet slechter zijn dan de huidige.